'Ons onderwijs stort in (en niemand grijpt in)'
De resultaten van de Nederlandse delegatie (PISA 2022/2023)
Heel moeilijk was het niet om voor dit stukje wat sappige quotes te zoeken: ‘Ons onderwijs stort in (en niemand grijpt in)’ ‘En wat blijkt: kinderen presteren steeds slechter’, ‘De onderwijsinspectie maakt gehakt van het reken- en taalonderwijs’, ‘Het is nog slechter gesteld met de kwaliteit van het onderwijs dan we dachten’. Het onderwijs lijkt inmiddels ons nationale pispaaltje, in veel publicaties zijn de wolken inktzwart en zijn er maar twee conclusies mogelijk: 1) het onderwijs is abominabel en 2) het wordt steeds abominabeler.
Socrates ( 469 - 399 v. Chr.)
Gelukkig deugen die twee conclusies niet. Het lijkt op die beruchte frase die, ten onrechte, aan Socrates wordt toegeschreven: ‘Onze jeugd heeft tegenwoordig een sterke hang naar luxe, heeft slechte manieren, minachting voor het gezag en geen eerbied voor ouderen. Ze geven de voorkeur aan kletspraatjes in plaats van training…’
Een sweeping statement die niet alleen elk spoortje van bewijs ontbeert, maar vooral ook niet waar kan zijn: na 2.500 jaar immers had het absolute nulpunt allang bereikt moeten zijn. Maar wat is er dan aan de hand, waarom verschijnen die berichten met de regelmaat van de klok in allerlei media? Vier antwoorden en een toetje.
- Het probleem zit in de staart
Soms zijn de onderwijsprestaties gewoon niet goed. Bijvoorbeeld bij taal en rekenen. Een oud-minister van onderwijs bracht onlangs een belangrijke nuancering aan: met de onderwijsprestaties is in het algemeen weinig mis. Ondanks de dalende lijntjes die overigens in de pas lopen met de gemiddelde scores (zie de figuur hieronder). Bij wiskunde staat Nederland vergeleken met andere Europese landen op de derde plaats en de leerlingen in het havo/vwo-onderwijs scoren door de bank genomen prima de luxe, het echte probleem zit in de staart: in het voorbereidend beroepsonderwijs (vmbo) wordt slechter gepresteerd. De fout zit ‘m dus in de generalisatie, het gemiddelde is redelijk goed, de spreiding ronduit beroerd. Het verschil tussen de beste en de slechtste leerlingen is voor Nederland gegroeid en is nu het grootste van alle deelnemende landen!
Overigens zijn die slechte prestaties niet enkel het onderwijs aan te rekenen. Goed lezen is een vaardigheid is die veel training behoeft. In het algemeen worden er veel minder lange verhalen gelezen en neemt de animo om de tijd te nemen om in een verhaal te komen, drastisch af. Mede met dank aan de uitgekiende technieken van Big Tech om onze verslaving aan social mediashots in stand te houden.
De gemiddelde scores van de deelnemende landen (PISA 2022/2023)
- Deugt de test?
Het kan echter ook geen kwaad om eens te kijken naar de stevigheid van de verschillende bronnen. Het is een heel gedoe om de prestaties van leerlingen uit verschillende landen met elkaar te vergelijken. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de veel genoemde PISA-onderzoeken, Programme for International Student Assessment, een driejarig onderzoek naar lees- en rekenprestaties in allerlei landen. China is nogal eager om op dit soort lijstjes hoog te scoren en stuurt daarom de superstuuds naar de PISA-test. Dat is natuurlijk niet zoals het hoort, voor een faire vergelijking behoor je te werken met een representatieve steekproef.
Ook speelt mee dat het belang van de deelnemende leerling niet groot is, het is geen examen en je wint er geen fatbike mee. Een criticus meldde dat slechts 10% van de deelnemers de volledige test maakte. Met complexe berekeningen wordt vervolgens een voorspelling gedaan wat die leerlingen zouden hebben geantwoord als... Ook merkte hij op dat de motivatie per land behoorlijk verschilt, in Italië wordt er gehamerd op de eer van het land terwijl de deelnemers uit Nederland de individuele vrijheid belangrijker vinden.
Wil je prestaties met elkaar vergelijken dan is het uiteraard van belang dat leerlingen ongeveer hetzelfde onderwijs hebben gehad. Dat is binnen Nederland al heel lastig om de vragen goed af te stemmen op de behandelde leerstof, laat staan als je dat voor tig verschillende landen moet doen. Vandaar dat de test per land aangepast wordt aan het lokale onderwijs, vragen die niet goed werken worden er uiteindelijk uit gegooid. Gezien al die mitsen en maren, wat zegt het eindresultaat dan eigenlijk?
Het Centraal Planbureau heeft die internationale onderzoeken een keer op een rijtje gezet. Behalve PISA heb je ook nog TIMSS (Trends in International Mathematics and Science Study) en PIRLS (Progress in International Reading Literacy Study). Maar wat nu als de resultaten van die onderzoeken elkaar een beetje tegenspreken? PISA wiskunde daalt sinds 2003 maar stijgt in 2018, TIMSS toont een licht dalende score maar TIMSS-2023 meldt daarentegen dat er geen dalende trend is in de rekenprestaties en PIRLS laat zien dat de leesvaardigheden redelijk stabiel zijn gebleven. En rekenonderzoeker Marian Hickendorff concludeert uit een nationaal onderzoek dat de rekenprestaties van leerlingen uit groep 8 de afgelopen jaren licht zijn gestegen. Wie kan hier chocolade van maken? De conclusie van het Centraal Planbureau: ‘internationaal peilingsonderzoek is niet altijd een accurate graadmeter voor onderwijsprestaties.’
- In het negatieve konijnenhol
Slecht nieuws verkoopt goed. En het produceert ook slecht nieuws. Vanaf onzeker moment gaat het verhaal ‘de onderwijsprestaties zijn abominabel’ een eigen leven leiden. Zodanig dat goed nieuws er niet of nauwelijks tegenop kan. Eind 2024 werd bekend gemaakt dat de conclusie uit een Nederlands onderzoek was dat basisscholieren in 2023 net zo goed konden rekenen als 20 jaar geleden (‘rekenprestaties in groep 6 worden in de laatste 20 jaar gekenmerkt door lichte schommelingen, dalen soms licht, stijgen soms licht of blijven op gelijk niveau’). In de media kwam die boodschap echter niet helder over: ‘Nederlandse kinderen kunnen steeds slechter rekenen’, ‘rekenprestaties onder de maat’, ‘lichtpunt, want al jaren scoren kinderen slecht’.
- Waar leg je de onvoldoende?
Op de basisschool wordt er bij taal en rekenen gemeten wet twee niveaus: het fundamentele niveau (F) dat verreweg de meeste leerlingen moeten bereiken en het streefniveau (S) dat de leerlingen die kiezen voor mavo, havo of vwo, moeten kunnen behalen. Dat streefniveau werd bepaald op 65% omdat 65% van de leerlingen kiest voor mavo/havo/vwo. Ok, logisch zou je denken. Maar in werkelijkheid haalde van die 65% slechts 50% dat streefniveau. Kortom, de lat werd in een klap vijftien procentpunten hoger gelegd. Moet je dan raar opkijken wanneer er, jaar na jaar wordt geconstateerd dat dat streefniveau niet gehaald wordt?
- Is dit het hele verhaal?
Nee! Los van de actuele vraag of de prestaties nu stijgen, gelijkblijven of dalen is de vraag of het onderwijssysteem goed is ingericht. Ik vind van niet. In mijn boek (verschijnt in 2026) Hardleers onderwijs (zie: https://www.onderwijsensamenleving.nl/blog/hardleers-onderwijs) schrijf ik dat de fundamenten van ons onderwijssysteem niet deugen, denk aan de tsunami aan cijfers, de vroege selectie, het denken in hokjes en de systematische verwaarlozing van het voorbereidend beroepsonderwijs. Heel veel leerlingen zijn hier de dupe van, zij ontwikkelen een hekel aan ons onderwijs en krijgen veel minder de kans om hun talenten in hun schooltijd te kunnen ontwikkelen. Het kan en het moet veel beter.
###
-
De geciteerde quotes zijn achtereenvolgens afkomstig uit de podcast Maarten van Rossem en Tom Jessen (2024), Jeugdjournaal (2018), NOS Journaal (2021), EenVandaag (2024).
-
Centraal Planbureau (2022). Een blik op de Nederlandse positie in internationale onderwijsrankings. Den Haag: CPB.
-
Dijkgraaf, Robbert (2025). ‘Het venijn in de staart.’ NRC, 16 oktober 2025.
-
Thomas, Casper (2014). ‘De scheve toren van Pisa.’ De Groene, 24 april 2014.
-
Visser, Johannes (2026). ‘Waarom het beter gaat dan je denkt.’ De Correspondent, 19 januari 2026.