De vrijheid van onderwijs klinkt mooier dan het is, dit principe maakt het mogelijk leerlingen te indoctrineren met bepaalde religieuze en/of levensbeschouwelijke opvattingen, het is het geestelijk koloniseren van kinderhoofdjes. Bovendien kunnen met dit beginsel in de hand leerlingen en docenten geweigerd worden op basis van opvattingen die strijdig zijn met de waarden van onze samenleving zoals de gelijkstelling tussen man en vrouw en het verbod op discriminatie. De vrijheid van onderwijs impliceert onvrijheid voor leerling en leraar.
The Devil is in the Details
De Studebaker
Tijdens de economische crisis van de jaren dertig tufte er elke werk dag een schoolbus door de Haagse straten. In 1933 diepten gelovigen dubbeltjes en kwartjes op om een personenbus, een tweedehands Studebaker S31 de luxe, aan te schaffen. Trots werd er op de beide zijkanten met koeienletters VTVVLOOGG gekalkt zodat de goede verstaander in de smiezen kreeg dat dit geen gewone bus was; het voertuig was van de Vereniging Tot Verstrekking Van Lager Onderwijs Op Gereformeerde Grondslag.
Onder het motto dat gewoon gereformeerd niet goed genoeg is hadden de bevindelijke gereformeerden, verenigd in de Gereformeerde Gemeente, een eigen school in 1927 gevestigd aan de Escamplaan in Den Haag (op de grens van met Loosduinen). De beoogde leerlingen woonden echter lang niet allemaal in de onmiddellijke omgeving van de nieuwe school vandaar het idee van de eigen schoolbus.
Nadat de eerste bus voortijdig overleed, werd de Studebaker gekocht, de uitlaatpijp werd verlengd tot achter het chassis zodat de kinderen niet in uitlaatgassen in en uit hoefden te stappen. De kleine luyden hadden diep in de buidel moeten tasten: geld voor aankoop, afschrijving, benzine en onderhoud en ook nog eens een salaris voor de ouderling die als chauffeur dienst deed.
Huisschilder Jan Kriekaard woont met vrouw en kinderen in Rijswijk. Zijn vier schoolgaande kinderen gaan naar de christelijke school in Rijswijk waar de gereformeerden een dominante positie in het schoolbestuur hebben.
Maar Kriekaard is fijn-christelijk, hij behoort tot de bevindelijk gereformeerden: de waarheid moet niet alleen met het verstand maar ook met het hart beleefd worden, het draait uiteindelijk om de genade van God. Een genade die zich niet laat afdwingen, de gelovige is afhankelijk van het Eindoordeel.
In de traditie van deze geloofsgroep beloven de ouders (grapje, ik bedoel natuurlijk de vader; in deze gemeenschap is de man het hoofd van het gezin, de vrouw is ondergeschikt aan zijn gezag) bij de doop van hun kinderen trouw om zich aan de kerkleer te houden. De christelijke school in Rijswijk vindt hij maar niets maar ja, bij gebrek aan beter.
Maar dan verandert de situatie in Den Haag, op een kilometer of vijf van Rijswijk, gaat de Escampschool (officieel de Eben Haezer school: tot hier heeft de Here ons geholpen) open. Kiekaard wil zijn kinderen naar deze school van zijn ‘eigen’ richting sturen. Hij kan dan immers zijn doopbelofte inlossen!
Er is echter wel een probleem. Deze school ligt op 5,5 km van zijn huis, de kinderen hebben enkel de beschikking over de benenwagen, maar anderhalf uur heen en anderhalf uur terug was echt te gortig voor de jonge kinderen, kinderfietsen waren (duur!) zeer exclusief, openbaar vervoer met bus en tram ook kostbaar. Maar wacht eens.
Was er niet artikel 13 in de onderwijswetgeving? En stond er niet in dat artikel dat er een tegemoetkoming in de vervoerskosten mogelijk is als leerlingen meer dan vier km van het gewenste onderwijs wonen en als de ouders overwegende bezwaren hebben tegen de richting van de scholen die binnen de straal van vier km liggen? En dus begint de strijd.
Kriekaard dient in 1932 een verzoek om tegemoetkoming in de kosten in. Hij wil ruim 1.400 € (volgens de omrekening van toen naar nu van het CBS) per kind per jaar. B &W Rijswijk zien er niets in, zij vinden het onzin, er is immers een gereformeerde school in Rijswijk (binnen de grens van 4 km). In de raad volgt discussie: is een gereformeerde school nu wezenlijk anders dan een gereformeerde school die uitgaat van De Gereformeerde Gemeente? Mag de overheid wel bepalen of hiertussen een substantieel verschil bestaat?
Ds. G.H. Kersten (1882-1948)
Kersten volgde de kweekschool maar werd na korte tijd dominee. Hij ontwikkelde zich tot voorman van de Gereformeerden Gemeenten. Hij richtte onder andere de SGP op en functioneerde lange tijd als politiek leider. Hij was een groot tegenstander van het rooms-katholicisme (veel erger dan Hitler). In WO II nam hij een bedenkelijke houding aan tegen de Duitse agressie. De Duitse bezetting zag hij als een straf van God ('een roede in Gods hand') voor begane zonden zoals de zondagsontheiliging van Juliana die op zondag naar Engeland vluchtte... Na de oorlog krijgt hij vanwege zijn pro-Duitse opstelling een verbod voor het parlement en voor het publiceren in kranten. Hij bleef echter politiek leider van de SGP.
De school in kwestie is van de Kersteniaansche richting. Kersten was een bevindelijk voorman en actief in de politiek als parlementariër voor de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP, de politieke stoottroep van de orthodoxe protestanten). Hij profileerde de SGP als protestpartij: tegen vaccinatiedwang, tegen verzekeringsplicht en tegen vrouwenkiesrecht.
Vandaar dat deze Kersten ook gevraagd wordt om Kriekaard bij te staan in zijn juridische strijd. De gemeenteraad als geheel stemt echter in met de voorgestelde afwijzing van B&W. Kriekaard laat het er niet bij zitten, hij tekent beroep aan bij Gedeputeerde Staten in Zuid-Holland. De Onderwijsraad doet intussen onderzoek en kijkt of de statuten van de twee verschillende gereformeerde scholen erg verschillen. Nee, zegt de Onderwijsraad, beide scholen hebben de Bijbel als grondslag en baseren zich op de gereformeerde belijdenisgeschriften, formeel zijn er geen verschillen en dus adviseert de raad negatief. Gedeputeerde Staten volgen dit advies en beoordelen het beroep als ongegrond.
Kriekaard gaat indachtig het in Kersteniaansche kringen populaire adagium ‘Laat de wapens niet roesten maar voer een wettige strijd’ in beroep bij de Kroon. En dus is er advies nodig van de Raad van State. De uitkomst? De raad komt tot de conclusie dat de bewuste school uitgaat van de Gereformeerde Gemeenten en dat dat wezenlijk wat anders dan de Gereformeerde kerk en moet daarom als een zelfstandige richting gezien worden. Amen. De rest is geschiedenis, de minister schaart zich achter het advies en Wilhelmina tekent het Koninklijk Besluit.
De overwinning is dus uiteindelijk aan Kriekaard, de specifieke godsdienstige richting werd erkend als basis voor een bijzonder bijzondere school, een glorieuze dag voor de vrijheid van onderwijs.
In de praktijk veranderde er echter bar weinig. De uitgekeerde bedragen waren laag, door wat calvinistisch rekenen bepaalden de ambtenaren de uitkering op basis van een vervoer per fiets (0,5 cent per km) waardoor de vergoeding uitkwam op ruim 200 € per jaar per kind, een aanzienlijk verschil in vergelijking met de gevraagde 1.400 €. Bovendien veranderde de overheid de kritische afstand van 4 naar 5 km waardoor de meeste ouders niet meer in aanmerking kwamen voor deze tegemoetkoming.
En de Studebaker? Die bleek uiteindelijk een geldverslindend monster, in 1933 konden de gelovigen de aflossing op de lening niet meer ophoesten en verdween de Studebaker uit de straten van Den Haag.
###
Fragment uit het hoofdstuk ‘Hoe God het schoollokaal opnieuw veroverde’ (onderdeel van het beoogde boek Onxxxwijs).